“We hebben deze winteropvang echt ervaren als een geschenk”

Hoe ziet een winternacht eruit wanneer een kerkgebouw niet gevuld is met kerkgangers, maar met veldbedden en mannen zonder thuis? Deze winter ving Hoop voor Noord tijdens de winterkouderegeling dakloze buurtbewoners op. Wat begon als een noodmaatregel, groeide uit tot een periode vol ontmoeting, nabijheid en een hernieuwd besef van gastvrijheid en roeping.

Hoe zag een gemiddelde winternacht eruit in de opvang?

De dakloze mannen waren welkom vanaf half vier in de middag tot de volgende ochtend tien uur. Een aantal mannen kwam al in de middag, anderen kwamen pas later in de avond. De medewerkers van het Leger des Heils deden de incheck en vrijwilligers van Hoop voor Noord ontvingen de mannen in de ruimte naast de kerkzaal waar normaal altijd koffie en thee wordt gedronken rond de samenkomsten. Daar konden de mannen eten, een spelletje doen, hun telefoon opladen of een gesprek voeren. Sommigen van hen zochten daarna al snel hun bed op. Anderen bleven wat langer hangen.

Wat gebeurt er met een kerkgebouw wanneer het ’s nachts wordt gevuld met veldbedden in plaats van kerkgangers?
Ons kerkgebouw is niet zo ‘kerks’, en als Hoop voor Noord zijn we gewend aan het feit dat het gebouw voor verschillende dingen wordt gebruikt, zoals de wekelijkse uitgifte van de Voedselbank. Tegelijk is het bijzonder dat het er op heel andere tijden dan gebruikelijk ‘leven in de brouwerij’ 😉 was. De kerkleden die in de avond een activiteit van de kerk bijwoonden, kwamen in de hal van de kerk de daklozen tegen; in de ochtend hing er een slaaplucht in de kerkzaal, terwijl in de koffiezaal al de geur van gebakken ei hing, wat mensen uit de buurt of de kerk gebracht hadden.

Voelt het openen van de deuren als een noodmaatregel of juist als iets wat heel dicht ligt bij de kern van kerk-zijn?
Natuurlijk is de winterkouderegeling, waarbij zoveel mogelijk daklozen naar binnen moeten vanwege de winterse temperaturen, een noodmaatregel. Maar dit openen van onze deuren, ook ’s nachts, hoort helemaal bij de kern van kerk-zijn. Ik heb dan ook geen seconde geaarzeld om ‘ja’ te zeggen toen de vraag bij ons neergelegd werd. En bijzonder: we waren die eerste week van januari als kerk bezig met een week van ‘Bidden en Vasten’ met als thema ‘Wachten op God’. Ik moest meteen denken aan die tekst uit Jesaja, hoofdstuk 58 vers 6-7: “Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”

Heeft deze winteropvang jullie als gemeenschap veranderd?
“De winteropvang heeft ons als gemeenschap nog meer bepaald bij onze roeping, namelijk kerk te zijn voor en met onze omgeving. Niet alleen via kleine buurtgroepen of buurtinitiatieven in verschillende buurten in Amsterdam-Noord, maar ook als grote gemeenschap met een eigen gebouw als centrale plek waar mensen bij elkaar komen. Ik ben blij dat een grotere groep mensen, die tot nu toe niet meteen betrokken was bij ons buurtwerk, op een heel natuurlijke manier een connectie kon maken met de ‘buurt’, omdat die via de daklozen letterlijk onze kerk binnenkwam.”

Heeft een van de gasten jou iets geleerd over veerkracht of vertrouwen in God?
Er ontstonden ontmoetingen van mens-tot-mens. We werkten steeds meer samen bij de op- en afbouw. En ik proefde bij zoveel mannen een verlangen om een goed leven op te bouwen met werk, van betekenis zijn en ja, ook een dak boven je hoofd. Ik moet denken aan Morgan, een begaafd muzikant, christen, die prachtig zong en piano speelde. We hebben hem gevraagd mee te doen met onze muzikanten op de zondag en hij maakt nu onderdeel uit van één van onze muziekteams.

Urban Expression spreekt over presentie in de wijk. Waar werd in deze winteropvang voor jou iets zichtbaar van wat kerk in de praktijk kan betekenen?
We hebben deze winteropvang, die op ons pad kwam, echt ervaren als een geschenk. Om nog meer handen en voeten te kunnen geven aan kerk-zijn en present zijn in de wijk. Dat gaf zoveel vreugde, dwars door het schrijnende van de situatie heen. En bijzonder: die vreugde, of het voelen dat je van betekenis kunt zijn, bleef niet alleen beperkt tot Hoop voor Noord. De mensen uit de buurt waar ons kerkgebouw staat, en die we op de hoogte hadden gebracht van wat er gebeurde, boden ook hun diensten aan. Een buurtbewoner kwam koffieschenken en een praatje maken. Er werd eten gebracht. En de school naast het kerkgebouw stelde in de avond de douches bij de gymzaal beschikbaar, zodat de daklozen ook een paar keer konden douchen.

Wat hoop je dat mensen in Amsterdam anders gaan zien of begrijpen door wat hier deze winter gebeurde?
Er werd door de bewoners van Amsterdam-Noord zeer positief gereageerd op wat er gebeurde. ‘Dit is waar een kerk voor moet zijn, niet bidden maar de handen uit de mouwen.’ 😉 Ik ben dankbaar dat mensen op deze manier iets hebben geproefd van wat kerk-zijn werkelijk is. Niet zozeer een gebouw waar elke zondag samenkomsten zijn en rituelen worden uitgevoerd, maar een levende community die de handen en voeten van Jezus is, en tegelijk in de ander,  in dit geval de dakloze, Jezus zelf onder haar dank ontvangt. En ik hoop dat mensen in Amsterdam het toenemende aantal daklozen werkelijk gaan ‘zien’ en zelf in beweging gaan komen. Waar dat gebeurt, word ik blij. Een man die ik van gezicht kende sprak mij aan bij de visboer. Hij had ons gezien op AT5, de Amsterdamse stadszender, die een item had gemaakt over de winteropvang. “De volgende keer dat zoiets weer gebeurt, doe ik graag mee en mag je mij bellen.” Zijn nummer staat inmiddels in mijn telefoon.